Illustration of a medical machine, featuring a main console with a digital display, control buttons, typically used for patient monitoring or diagnostic purposes.

Ablatietherapie bij nierkanker

Ablatie maakt gebruik van warmte, kou of andere technieken om tumorweefsel en kankercellen te vernietigen. Op deze pagina leest u hoe deze behandeling werkt, welke voordelen en nadelen eraan verbonden zijn en wat u kunt verwachten.

Verwante onderwerpen voor verdere lezing

Wat is ablatietherapie?

Voor ablatietherapie is geen grote operatie nodig. Artsen gebruiken deze behandeling vooral voor kleine niertumoren. Het doel is om zoveel mogelijk kankercellen te vernietigen. Dit gebeurt door de tumorcellen te verhitten of juist te bevriezen. 

Ablatietherapie wordt meestal alleen aanbevolen bij kleine tumoren (kleiner dan 3 tot 4 cm) en bij mensen voor wie een operatie vanwege leeftijd of andere gezondheidsproblemen een te groot risico vormt.

Veelgebruikte vormen van ablatietherapie zijn:

  • Cryoablatie: hierbij wordt gebruikgemaakt van zeer lage temperaturen om de tumor te bevriezen en te vernietigen.
  • High-Intensity Focused Ultrasound (HIFU): hierbij worden gerichte geluidsgolven gebruikt om de tumor te verhitten en te vernietigen.
  • Radiofrequente ablatie: hierbij wordt warmte afkomstig van radiogolven gebruikt om tumorcellen te vernietigen.

Deze behandelingen zijn minder ingrijpend dan een operatie. De kans dat de kanker na verloop van tijd terugkeert kan echter iets groter zijn dan na een operatie waarbij de tumor volledig wordt verwijderd. Uw arts bespreekt de voordelen, nadelen, effectiviteit en mogelijke risico's met u om samen de meest geschikte behandeling te kiezen. 

Dit hoofdstuk bevat algemene informatie over ablatietherapie bij nierkanker. Het is geen vervanging voor professioneel medisch advies of behandeling. Raadpleeg altijd uw arts of zorgverlener voor begeleiding bij uw persoonlijke medische situatie.

Laatst bijgewerkt: september 2025

Beoordeeld door: 

  • Mevrouw Claudia Ungarelli (Patiëntenbureau EPAG)
  • Dr. Gaëlle Margue (YAU Werkgroep voor Niercelcarcinoom)